Spelregels Blackjack

Spelregels

Doel van het spel

Het doel bij het Blackjack spelen is om een hand te hebben die meer punten waard is dan die van de deler/croupier, en daarbij niet boven de 21 uit te komen. Kom je boven de 21 uit, dan ben je stuk en verlies je, ook als de deler stuk gaat. Gaat de deler stuk, maar jij niet, dan win jij. Bij een gelijke score (onder de 21) gebeurt er niets. Het gaat er dus in principe niet om om zo dicht mogelijk bij de 21 te komen, maar je past je strategie aan aan de kansen van de deler.
De overige spelers aan dezelfde tafel hebben verder geen enkele invloed op het spel van de deler, dus ook niet op jouw spel.

gokkasten spelen voor echt geld


100 euro bonus

198,60 euro bonus

200 euro bonus

250 euro bonus

200 euro bonus

De waarde van de kaarten

Bij Blackjack worden alle kaarten gebruikt, met uitzondering van de  jokers. De kleur van de kaart doet er in dit spel niet toe De kaarten 2 tot en met 10 hebben de waarde die ze aangeven. Boer, vrouw en heer zijn elk 10 punten waard. Bijvoorbeeld een zes en een acht zijn samen goed voor 14 punten, een vrouw en een negen zijn 19 punten.
De aas ten slotte is één óf elf, wat natuurlijk het beste uitkomt. Zo leveren een aas en een vier samen 15 op. Dit heet ook wel een softe hand: de aas kan als 11 meetellen zonder dat het totaal meer dan 21 is. Je kunt dan ook nog een kaart nemen zonder het risico dat je stuk gaat. Krijg je bijvoorbeeld nog een 8 erbij, dan krijgt de aas 1 als waarde, en wordt het nieuwe totaal 13. Nu heb je een harde hand, omdat je geen aas (meer) hebt die 11 kan zijn.

Het verloop van het spel

Allereerst plaatsen alle spelers hun inzet. Vervolgens geeft de deler alle spelers twee kaarten. Merk op, dat je met twee kaarten niet stuk kunt gaan. Daarna geeft hij zichzelf een kaart, die voor iedereen zichtbaar is. Nadat alle spelers hun hand hebben uitgespeeld, door stuk te gaan of te passen, speelt de deler. Hij doet dat volgens een patroon: hij past namelijk altijd als hij 17 of meer punten heeft. Heeft hij bijvoorbeeld een aas en een vijf, dan is zijn totaal 16, en dus neemt hij nog een kaart. Is dit een zeven, dan komt hij uit op 13, en neemt hij nog een kaart. Is dit een vier, dan heeft hij 17 en past hij.

Blackjack

Een speler (of de deler) heeft een blackjack als hij met zijn eerste twee kaarten 21 heeft, dus, een aas met een tien of een plaatje. Het aardige van een blackjack is bovendien dat hij meer waard is dan een ‘gewone’ 21, bestaande uit bijvoorbeeld twee achten en een vijf.
Als je een blackjack krijgt, dan win je anderhalf maal je inzet, tenzij de deler ook een blackjack heeft. Andersom geldt dit echter gelukkig niet: de deler wint dan ‘slechts’ je inzet.

Dubbelen

Als speler kun je nog meer dingen doen behalve een kaart nemen of passen. Een van die dingen is dubbelen. Dit mag je doen nadat je je eerste twee kaarten hebt ontvangen, en alleen dan. Je verdubbelt dan je inzet en je krijgt nog één kaart, drie in totaal. Een goed voorbeeld om dit te doen is bijvoorbeeld met een 8 en een 3 tegen een 6 voor de deler: je hebt dan een behoorlijke kans op 21, terwijl de deler een redelijke kans heeft om stuk te gaan.

Splitsen

Hebben je eerste twee kaarten een gelijke waarde, bijvoorbeeld twee vieren, dan mag je splitsen: je legt dan een tweede even grote inzet bij en je krijgt bij elke kaart een tweede. Nu speel je als het ware met twee afzonderlijke handen. Heb je bijvoorbeeld twee achten, dan is het vaak een goed idee om die te splitsen, daar 16 een vervelend aantal is.
Twee azen splitsen is natuurlijk helemaal leuk. Je voordeel wordt echter beperkt doordat je dan nog maar één kaart erbij krijgt. Verder is het zo, dat als je bij een van je azen een 10 of een plaatje krijgt, dit niet geldt als een blackjack. Desondanks is splitsen meestal het beste dat je kunt doen met twee azen.

Verzekeren

Verzekeren is een van de vreemdste regels die Blackjack kent. Het is in feite een soort weddenschap buiten het spel om. Heeft de deler een aas, dan is de kans op een blackjack redelijk groot. Alle spelers wordt dan aangeboden om zich daartegen te verzekeren: doe je dat, en heeft de deler een blackjack, dan verlies je je inzet, zoals gewoonlijk, maar win je de weddenschap en krijg je je inzet terug. Heeft de deler geen blackjack, dan verlies je de helft van je inzet. In beide gevallen speel je wel nog gewoon door met je kaarten!
De vraag is nu of dit wel verstandig is. Als je niet verzekert, dan win je niks en verlies je niks. Doe je dat wel, dan heb je een kans van 4 op 13 dat de deler een blackjack heeft en je je inzet wint, en een kans van 9 op 13 dat je de helft verliest. Het advies luidt dus: nooit verzekeren.
Een speciaal geval is als je zelf een blackjack hebt. Verzeker je niet, dan win je anderhalf maal je inzet als de deler geen blackjack heeft, en anders niks. Kies je ervoor wel te verzekeren, en heeft de deler een blackjack, dan levert je eigen blackjack niks op, maar je verzekering wel, en dus win je je inzet. Heeft de deler geen blackjack, dan win je anderhalf maal je inzet, maar verlies je een half vanwege de verzekering. Je wint dus sowieso altijd je inzet. Klinkt aantrekkelijk.
Maar je geeft er wel wat voor op: de kans om meer te winnen. Je hebt een kans van 9 op 13 op anderhalf maal je inzet, en een kans van 4 op 13 dat je niks krijgt. Ook hier is de tip niet verzekeren